De urgentie voor samenwerking tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen groeit. Universiteiten en hogescholen willen meer en diepere contacten met het bedrijfsleven om hun kennis zo méér te laten landen in de praktijk. Hierdoor worden studenten beter voorbereid op het werk dat ze gaan doen en om aansluiting te vinden bij vragen vanuit het bedrijfsleven. Ook overheden en triple helix boards zijn uit op intensivering van samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven. Zij willen dat de expertise van kennisinstellingen meer ten goede komt aan de regionale samenleving. Dat betekent méér samenwerking met (maatschappelijk betrokken) bedrijven. Deze samenwerking heeft ook voordelen voor bedrijven. Zij kunnen door die samenwerking de kennis van universiteiten en hogescholen meer en beter benutten, krijgen in een schaarse arbeidsmarkt toegang tot nieuw talent en kunnen gemakkelijker een beter beroep een doen op financiering voor onderzoek en innovatie.
Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant nodigde in 2023 vijf kennisinstellingen in de provincie uit om de samenwerking met bedrijven op te zoeken, in het bijzonder rond het thema ‘impact’. Dit leidde tot het programma IMPACT-UP (2024-2027) met Tilburg University, BUas, HAS green academy, Fontys en Avans. Het programma IMPACT-UP is er voor bedrijven die zich richten op het ontwikkelen of toepassen van duurzame of sociale oplossingen voor de grote maatschappelijke opgaven. Deze bedrijven zijn niet meer alleen gedreven door het maximaliseren van winst voor hun aandeelhouders, maar gericht op de belangen van meerdere stakeholders binnen en buiten hun bedrijf. Soms betrekt het programma startende ondernemers die vanuit idealisme de wereld beter willen maken. De winst die ze maken, zien zij niet als doel, maar als middel om positieve impact te bereiken. Maar vaker kijkt het programma naar de grotere groep van gevestigde ondernemers die op een (meer) betekenisvolle manier aan de slag willen gaan, of die rekening willen gaan houden met de effecten van hun ondernemen op de samenleving of het milieu rekening, en die vaak nog aan het begin of halverwege de weg naar impact staan. Juist deze laatste groep zou wel eens interessant kunnen zijn voor het bereiken van meer sociale en ecologische impact: ze hebben al klanten, ervaring en werkkapitaal en kunnen bij een duurzamer aanbod of productieproces veel bereiken. En als ze willen samenwerken dan kunnen universiteit of hogeschool veel toevoegen.

Een beeld vormen
De eerste uitdaging was wel: zou het mogelijk zijn om bedrijven in beeld te krijgen die bezig (willen) zijn met impact en geïnteresseerd zouden zijn in en baat zouden kunnen hebben bij samenwerking met het hoger onderwijs? Het CBS telt in Noord-Brabant 375 duizend bedrijfsvestigingen. Met algoritmen en welgekozen zoekfuncties hebben we (en met de tool Innovatiespotter) de websites van alle deze bedrijven doorzocht en in beeld kunnen brengen welke bedrijven actief lijken te (willen) zijn met één van de 17 SDG’s (sustainable development goals). Dat leidde tot een lijst van 8.244 bedrijven. Daar hebben we nog een lijst van 125 startups aan toegevoegd die volgens het algoritme van databasebedrijf Dealroom actief zijn met één of meer SDG’s. Innovatiespotter en Dealroom werken beide met algoritmen, dus is er ook een kans op false positives en false negatives. In later onderzoek hebben we deze aanpak dan ook getoetst.
Van de geselecteerde >8.000 (potentiële) impact-bedrijven in Noord-Brabant hebben veruit de meeste bedrijven raakvlakken met de SDG’s betaalbare en schone energie, leven op het land en goede gezondheid en welzijn. Een derde van de impact-bedrijven is te vinden in de grotere gemeenten in de provincie (Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Breda en Tilburg) en verder zijn ze verspreid over alle gemeenten. Anders gezegd: voor sommige impact-bedrijven zijn de universiteit of hogeschool nabij (en de ondernemers kennen die ook vanuit het straatbeeld), voor andere bedrijven is de fysieke afstand veel groter. Overigens, voor beide groepen geldt dat ze niet zomaar zelf de universiteit of hogeschool benaderen – maar het wel waarderen als ze worden gebeld of een gerichte mail krijgen. Dat is later dan ook onderdeel geworden van de aanpak.
419 interviews
Om een vollediger beeld te krijgen van de Impact-bedrijven in Noord-Brabant zijn interviews gevoerd met deze bedrijven. Hiervoor is telefonisch contact gezocht met een deel van de ruim 8 duizend bedrijven. Met 419 bedrijven konden we een volledige vragenlijst doorlopen. In de interviews kregen bedrijven onder meer vragen over de manier waarop zij bezig zijn met maatschappelijke impact. Daarnaast bracht het onderzoek belemmerende en faciliterende factoren in kaart, en de potentie voor samenwerkingen met onderwijsinstellingen. We hebben zo een database opgebouwd die we verdiepen met aanvullend onderzoek, mede met behulp van studenten die hun afstudeeronderzoek doen op deze data. Deze resultaten brengen we naar voren in documenten, presentaties en gesprekken met allerlei beleidsmakers en ondernemersnemersorganisaties in de provincie.
Bedrijfsdoelen
We vroegen bedrijven bijvoorbeeld naar hun doelen door hen te vragen om 9 punten te verdelen over ecologische, sociale respectievelijk financiële doelen. Alle geïnterviewde bedrijven wilden wel iets doen met ecologische of sociale doelen. In de selectie van 419 bedrijven was 33% het financiële doel (nog) dominant. Maar bij twee derde waren ecologische of sociale doelen of de combinatie daarvan juist dominant. We treffen dus organisaties aan die ideologisch gedreven zijn en voor welke het financiële aspect geen rol meer lijkt te spelen in hun doelen, en bedrijven die nog volop zoekende zijn naar de balans daarin.
We hebben ook gevraagd wie een rol spelen bij de bepaling van hun prioriteiten. De lokale gemeenschap, maatschappelijke organisaties, (online) media, wet- en regelgeving en medewerkers spelen bij people/planet dominante bedrijven een rol, groter dan bij financieel gerichte bedrijven. Deze bedrijven doen ook meer om hun bedrijfswaarden op één lijn te krijgen met de waarden van de stakeholders uit hun omgeving. En in hun strategie zetten ze meer in op klant-specifieke oplossingen, en minder op lage kosten en prijzen. People/planet dominante bedrijven vinden dat ze op sociaal en ecologisch terrein vaker voorlopen dan hun branchegenoten, maar ervaren niet dat ze in vergelijking met hun branchegenoten inleveren op financiële performance.

Kansen en belemmeringen ervaren
De provincie Noord-Brabant steunt dit programma mede omdat ze wil weten waarin impact-bedrijven kansen en belemmeringen ervaren. We hebben ze dan ook op allerlei elementen bevraagd: helpen deze elementen, of belemmeren ze? Ondernemers waar niet-financiële doelstellingen dominant zijn ervaren wet- en regelgeving, de capaciteit van ondersteunende staf (zoals HR en IT) en de beschikbaarheid en kosten van energie, grondstoffen en apparatuur vaker als belemmerend. Hier kunnen overheden, opleiders en ondernemersorganisaties in de provincie mee aan de slag. Maar ze voelen zich juist meer dan financieel gerichte bedrijven gesteund door de samenwerking met anderen. Daarom is het interessant om te weten in welke netwerken deze ondernemers actief zijn. De 419 ondernemers melden met elkaar in totaal maar liefst 405 verschillende verenigingen en netwerken. En impactondernemers zijn dan gemiddeld genomen nog iets vaker aangesloten bij een netwerk dan andere bedrijven en zijn dan ook nog eens vaker aangesloten bij meerdere netwerken.
Samenwerken met (hoger) onderwijs
We waren vooral geïnteresseerd in de samenwerking met het (hoger) onderwijs. 39% van de bedrijven werkt nu al samen met één of meer onderwijsinstellingen. We hebben ook gevraagd of ze (meer) willen samenwerken, en dan blijkt 79% interesse te hebben in samenwerking met het onderwijs. Er zijn dus ongeveer net zoveel bedrijven die de weg naar het onderwijs al gevonden hebben als bedrijven die dat wél zouden willen maar daar nog niet in geslaagd zijn. Dat is ook niet verwonderlijk als je kijkt naar de antwoorden op twee andere vragen: op welk thema zou u kunnen samenwerken met het onderwijs en welke instelling heeft u dan op het oog? Nogal wat bedrijven vinden het lastig – of hebben geen tijd – om hun vragen onder woorden te brengen en ze weten vaak ook niet bij welke onderwijsinstelling ze dan terecht zou moeten. Ook in het vinden van de goede route kunnen ondernemers wel wat hulp gebruiken, zo lijkt het.

Verbinden van ondernemers en onderwijs
De bedrijven die openstaan voor samenwerking met het onderwijs zijn ook te benaderen: van de 419 bedrijven hebben 236 hun contactgegevens achtergelaten voor opvolging. Deze opvolging staat centraal in 2025-2027 en is een ondernemende uitdaging. Het maken van een match tussen de ondernemer en een kennisinstelling vergt immers meerdere stappen:
a. Ondernemers moeten de mogelijkheid en de tijd hebben om hun vraag bij het hoger onderwijs neer te kunnen leggen. Daarom gaan we met de ondernemer in gesprek om zijn of haar vraag te verhelderen en zo aan het passende onderzoek of onderwijs te kunnen koppelen.
b. Docenten en onderzoekers moeten de vragen van impact-bedrijven een plek kunnen geven in hun programma. Daarom helpen we docenten, onderzoekers en bedrijven bij het maken van de juiste match tussen bedrijfsvraag en onderwijs- of onderzoeksaanbod.
c. En, als het bijvoorbeeld gaat om afstudeerprojecten of stages, moeten studenten, uit vaak meerdere opties, ook kiezen voor een project bij een impact-ondernemer.
We doen bij de vijf deelnemende instellingen ervaring op met allerlei vakken en onderwijsvormen. En met academisch en praktijkgericht onderzoek, waarbij onderzoekers contact zoeken met impactondernemers en hun onderzoek zo inrichten dat het onderzoeksopbrengsten oplevert (die de provincie en anderen weer kunnen helpen bij hun beleid) en tegelijkertijd de ondernemer ook weer een zetje kan geven.
Het project leidt tot bovendien tot een gesprek binnen onderwijsinstellingen zelf: welke bedrijven die ons uit eigen beweging al wisten te vinden zijn eigenlijk ook impactbedrijven (de 39% die al contact heeft met het onderwijs), en welke lessen kunnen we daaruit trekken voor ons onderwijsaanbod?
Samenwerking tussen onderwijsinstellingen
Naast de directe voordelen voor de betrokken bedrijven, beleidsmakers en onderwijsinstellingen en hun studenten, levert het project unieke inzichten in de mogelijkheden (en onmogelijkheden) voor samenwerking tussen onderzoeksuniversiteiten als Tilburg University en hogescholen als BUas, HAS green academy, Fontys en Avans. Tilburg University leert meer over praktijkgericht onderzoek van de hogescholen. De hogescholen leren meer over wetenschappelijk gefundeerd onderzoek van Tilburg University. Samen leren we hoe we ons onderwijs beter af kunnen stemmen op de behoeftes van impactbedrijven.
Jan Peter van den Toren | Aswin van Oijen | Gabi Kaffka (Tilburg University)
Wil je meer weten over dit project, neem dan gerust contact op met:
Wil je op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en activiteiten van IMPACT-UP? Meld je dan snel aan voor onze nieuwsbrief!